ESTELLE BOELSMA / DICHTER / BEELDEND KUNSTENAAR

PROJECTEN
IN SITU
VOGELPERSPECTIEF
APOREIA
BEELDVERSLAG

OVER / CONTACT

nieuw: UMWELTEN




 
 

Vogelperspectief

Om mijn horizon te bepalen heb ik ijkpunten nodig. Deze ijkpunten zijn richtpunten, mentale richtpunten, waarop mijn blik terecht komt. En waardoor ik mezelf kan plaatsen in een ruimte zodat ik weet waar ik me bevind. Om de ruimte te beschrijven waarin ik mij bevind heb ik taal nodig. Waarneming is geheel afhankelijk van taal, althans, zo mag ik het graag zien. Ik kan mij geen ding voorstellen dat ik kan waarnemen zonder dat er een systeem van taal aan te pas komt en zodoende duidbaar is. Ik las in een boek: “De wereld spreekt niet. Allen wij doen dat. De wereld kan ons, zodra wij onszelf hebben geprogrammeerd met een taal, iets doen geloven”.

In mijn poëzie verken ik ruimte; concrete ruimte, restruimtes, de ruimte tussen ik en de Ander, ruimte van afwezigheid en ruimte die verder gaat dan het aanwijsbare of het denkbare. Ruimte van abstracties. In de afwezige ruimte plaats ik taal.

Als ik een ruimte beschrijf met daarin de dingen die ik zie, dan is de ruimte die de dingen van elkaar scheidt van belang –  het is de tussenruimte die voorwerpen en mensen zichtbaar maakt. Zo wordt het waarneembare omgekeerd. Elk woord, elke letter verhoudt zich tot een ander woord of letter om betekenis te krijgen, of liever gezegd zodat er betekenis aan kan worden gegeven. De woorden die we uitspreken krijgen betekenis door de pauzes die we nemen tussen de woorden, tussen de lettergrepen. Als dat niet het geval zou zijn zou er klank zijn. Zo zie ik ruimte ook. Een stoel bestaat omdat zij in een ruimte staat, en dezelfde stoel krijgt betekenis door haar plek in de ruimte en de aanwezigheid van een ander object of een persoon. Waar is me steeds mee bezig houd zijn dit soort referentiekaders en mogelijke referenties. In de taal en in de dingen in de ruimte.

In mijn poëzie verken ruimtes ik vanuit kikvorsperspectief waardoor de omgeving groot en overweldigend wordt en op microniveau waarneembaar. Daartegenover staat vogelperspectief vanuit waar dingen, en afzonderlijke gebeurtenissen in een kader passen en aan elkaar refereren. Ik heb een film gezien gemaakt door de gebroeders Taviani “Kaos”. Deze film bestaat uit vijf korte zelfstandige verhalen die aan elkaar verbonden worden doordat we vanuit het perspectief van een vogel kijken die over het landschap vliegt. De vogel in deze film observeert en verkent en verbindt afzonderlijke verhalen tot een metaverhaal. De roofvogels in mijn gedichten verkennen landschappen en strijken neer, vallen uit de lucht of storten zich uit over mensenhoofden.

Ik heb geprobeerd mijn gedichten te onderwerpen aan een systeem, aan een concept dat ik als een net over de gedichten kon leggen. Ik kon geen enkel systeem bedenken dat zou voorzien in de wens dat mijn gedichten autonoom en toch verbonden zouden zijn. Een voorbeeld van een dergelijk systeem was de omloopbaan van planeten. Ik heb een mooi visueel en driedimensionaal planetarium gemaakt waarin bepaalde gedichten om andere gedichten cirkelden. Maar zo’n systeem werk niet, omdat het van buitenaf bedacht en  toegepast is. Zoals elke letter, woord en zin al geclassificeerd is binnen een systeem van taal zo wordt uiteindelijk ook het gedicht gerangschikt door zijn eigen context en hoef ik er geen extern systeem aan toe te voegen.

Vanuit het microscopische lijkt het soms alsof willekeurige fenomenen zich aan een vaststaand en bepaald ritme houden. Of dat er wetmatigheden te vinden zijn in ruige, ongestructureerde zaken zoals fractalen die terug te vinden zijn in de Engelse kustlijn. Er zijn zaken die zich ontrekken aan vooraf bepaalde schema’s, structuren en zich op merkwaardige, eigen-aardige manier manifesteren en ontwikkelen. Als er andere dimensie toegevoegd wordt aan dat we al kennen, zoals de foto’s van Edward Muybridge die in beweging gezet zijn, opent opeens een nieuwe wereld die niet zozeer een verhaal verteld als over beweging gaat. Beweging markeert ruimte en omgekeerd, vult ruimte, geeft tijd aan. Voor beweging zijn ijkpunten nodig. Horizonten die onszelf zichtbaar maken, met de taal, in de taal.

September 2012

Uitgesproken tijdens Vers van het Mes, Perdu, 2012

Het citaat “De wereld spreekt niet. Alleen wij doen dat. De wereld kan ons, zodra wij onszelf hebben geprogrammeerd met een taal, iets doen geloven”.  uit: “Contingentie, ironie en solidariteit” van Richard Rorty


contact: estelleboelsma [at] gmail (dot) com

   
     

© Estelle Boelsma 2019